Waarom ik bijna altijd in zwart-wit fotografeer

Ik fotografeer bijna altijd in zwart-wit. Niet omdat kleur minderwaardig is, en ook niet omdat zwart-wit automatisch artistieker zou zijn.

Ik kies ervoor omdat het goed past bij wat ik in een portret zoek.

Minder informatie, meer aandacht

Kleur kan prachtig zijn, maar ze vertelt veel tegelijk. Kleding, muren, huidtinten en de omgeving vragen allemaal aandacht. In zwart-wit valt een deel van die informatie weg.

Wat overblijft, krijgt meer gewicht: licht op een gezicht, de structuur van een vacht, de lijn van een schouder, een blik.

Dat maakt een beeld niet automatisch beter. Het maakt wel duidelijker waar het werkelijk over gaat.

Ik denk al in zwart-wit tijdens het fotograferen

Monochroom is voor mij geen filter dat achteraf over een foto wordt gelegd. Tijdens het fotograferen kijk ik al naar toonwaarden, contrast, schaduw en vorm. Een rode jas en een groene muur kunnen in kleur sterk verschillen en in zwart-wit bijna dezelfde grijswaarde krijgen. Dat verandert hoe je licht en compositie gebruikt.

Daarom begint de keuze voor zwart-wit al vóór ik op de ontspanknop druk.

Een beeld dat rustig blijft

Ik wil dat een Greycard-portret ook jaren later nog werkt. Zwart-wit helpt daarbij omdat het minder gebonden is aan kleurtrends en minder uitleg nodig heeft.

Het is geen regel waar iedereen zich aan moet houden. Het is gewoon de taal waarin ik mijn werk het meest precies kan maken.

Ontdek fine-art fotografie →