Sommige mensen staan perfect in beeld en voelen toch ver weg. Bij andere portretten heb je meteen het gevoel dat de persoon werkelijk aanwezig is.
Ik gebruik het woord aanwezigheid vaak, maar ik bedoel daar niets mystieks mee. Het gaat vooral over hoeveel aandacht iemand nog aan de camera geeft.
Poseren vraagt aandacht
Zodra iemand nadenkt over hoe hij kijkt, waar zijn handen staan of welke kant van zijn gezicht het beste is, verandert er iets. Dat is niet fout. Bijna iedereen doet het in het begin.
Mijn werk bestaat deels uit zorgen dat die aandacht langzaam ergens anders naartoe kan. Een gesprek helpt. Even bewegen helpt. Soms helpt stilte.
Ontspanning is zichtbaar
Wanneer iemand zich minder bewust wordt van de camera, veranderen kleine dingen. De kaak ontspant, schouders zakken, een blik houdt net iets langer stand. Bij honden gebeurt hetzelfde op hun eigen manier: ze stoppen met reageren op iedere beweging en worden weer zichzelf.
Dat zijn geen spectaculaire momenten. Juist daarom zijn ze bruikbaar.
Vertrouwen kun je niet afdwingen
Ik kan licht plaatsen en een houding voorstellen, maar ik kan niet bevelen dat iemand ontspannen moet zijn. Daarom krijgt een portretopdracht de tijd die nodig is.
Het doel is eenvoudig: een beeld waarin je niet vooral de fotografie ziet, maar de persoon of het dier.